Werkstress sluipt erin, begint met dat constante gevoel dat je nóóit helemaal klaar bent, en voor je het weet ben je ’s avonds op de bank uitgeput zonder te weten waarom. Je weet dat je werk doet, maar het vreet al je energie op, en thuis kun je alleen nog scrollen of gapen. Het is herkenbaar voor zoveel mensen, dat constante knaagt van te veel ballen in de lucht.
Hoe het bij mij begon
Het begon subtiel, zoals bij de meeste verhalen die je hoort. Ik werkte in een creatief bureau, deadlines, klanten die alles wilden voor gisteren, en altijd die druk om te presteren. Eerst was het “prima druk”, ik voelde me zelfs trots op hoe ik alles regelde. Maar na een paar maanden merkte ik dat ik ’s ochtends al moe wakker werd, en tijdens vergaderingen dwaalden mijn gedachten af.
Ik dacht: “Gewoon even volhouden, het is druk bij iedereen.” Maar de kleine dingen stapelden op: mailtjes die bleven liggen, to-do-lijsten die nooit korter werden, en dat irritante gevoel dat ik altijd “aan” stond. ’s Avonds kon ik niet slapen omdat mijn hoofd bleef malen over wat ik de volgende dag moest fixen. En dan die ene mail om 22:00 uur van een klant – bam, terug in werkmodus.

De signalen die je negeert
Werkstress geeft waarschuwingen, maar je duwt ze weg omdat “iedereen het druk heeft”. Bij mij uitte het zich zo:
Constant moe, ook als ik genoeg sliep – alsof mijn batterij nooit oplaaide.
Hoofdpijn en nekpijn die ’s avonds erger werden, vooral na een dag turen naar schermen.
Irritatie naar collega’s of familie, kleine dingen maakten me chagrijnig.
Concentratieproblemen: ik las een mail drie keer en snapte het nog niet.
Emotioneel op: soms zomaar een brok in mijn keel of tranen om niks.
Fysiek werd het erger: maagklachten, koude handen, hart dat soms bonsde zonder reden. Ik at onregelmatig, dronk meer koffie, en sporten? Vergeet het maar, ik plofte neer en bleef hangen op de bank.
De vicieuze cirkel op kantoor
Zodra stress toeslaat, wordt werk een loop: je bent moe maar pusht door, presteert minder, voelt je schuldig, werkt harder, en raakt nog vermoeider. Vergaderingen voelen als martelingen, je checkt constant je telefoon, en pauzes? Die neem je niet, want “er ligt nog werk”.
Bij mij escaleerde het toen een project misging door een foutje – niet eens mijn schuld, maar ik nam het persoonlijk. Ik bleef langer, nam werk mee naar huis, en praatte er niet over omdat “zwakte tonen niet kan”. Ondertussen bouwde de spanning op: zwart-wit denken, alles leek een ramp, en ik vermeed lastige gesprekken met mijn baas.
Thuis werd het voelbaar: ruzies met mijn partner over “je bent er nooit echt bij”, en vrienden die ik niet meer zag. Werk nam alles over, en ik voelde me een wrak.
Waarom het juist nu zo erg is
Werkstress is geen gebrek aan wilskracht, het is een mix van hoge verwachtingen, te weinig rust en geen grenzen. In ons werk – deadlines, mails 24/7, prestatiedruk – stapelt het zich op. Je voelt je verantwoordelijk voor alles, bang om nee te zeggen, en voor je het weet leef je in overlevingsmodus.
Het gekmakende is dat je het ziet aankomen maar niet stopt. “Nog één week, dan wordt het rustiger.” Maar die week wordt maanden, en ineens lig je wakker met piekerende gedachten over falen of ontslag.

Wat in het moment helpt
Op slechte dagen zijn er trucs die een verschil maken, geen quick fixes maar ze breken de cirkel even:
Sta op en loop een rondje buiten, al is het vijf minuten – frisse lucht reset je hoofd.
Adem diep: vier tellen in, vier vasthouden, zes uit – herhaal tot je hart rustiger klopt.
Schrijf drie dingen op die wél goed gaan die dag, hoe klein ook.
Zeg nee tegen één taak, of vraag hulp – het voelt eng maar lucht op.
Lunch zonder scherm, echt eten en even niks.
Deze houden je staande tot je echt kunt ingrijpen.
Op lange termijn uit de stress
Werkstress aanpakken vraagt om veranderingen, niet alleen bij jezelf maar ook op werk. Wat bij mij werkte:
Grenzen stellen: mails na 18:00 niet checken, en nee zeggen tegen extra werk.
Planning maken: prioriteiten stellen, en taken delegeren – niet alles is urgent.
Bewegen en slapen: dagelijks wandelen, vast ritme, en ’s avonds afbouwen zonder telefoon.
Praten: met een collega, baas of coach – openheid haalt druk weg.
Hulp zoeken: therapie of stresscursus als het escaleert naar burn-out.
Bedrijven kunnen helpen met flexibele uren of stress-checks, maar jij begint bij jezelf.
Als dit jouw verhaal is
Herken je dit – de uitputting, irritatie, dat gevoel dat werk je opslokt? Dan is het tijd om te handelen, voor het te laat is. Je verdient werk dat energie geeft, niet afpakt. Praat erover, zet een stap, en bouw aan een leven buiten je bureau. Het kan beter, echt – ik heb het meegemaakt en eruit gekomen.